De Westerse,of reguliere, (dier)geneeskunde richt zich vooral op de fysieke symptomen, op de materie. Ziekte is een afwijking van de norm. De therapie is erop gericht met chemische of fysische ingrepen de norm weer zoveel mogelijk te bereiken.
De Chinese (dier)geneeskunde richt zich vooral op de energie. Ziekte is een disbalans van de energie. De therapie is erop gericht de energetische disbalans te herstellen. Het herstel van de materie kan dan volgen.
De Indiase (dier)geneeskunde is vooral gericht op bewustzijn. De wereld, dus ook mensen en dieren, is gematerialiseerd bewustzijn. De oorzaak van een ziekte wordt gezocht op het niveau van bewustzijn (spiritueel).